Uw browser (Internet Explorer 11) is verouderd en wordt niet meer ondersteund. Hierdoor werkt deze website mogelijk niet juist. Installeer Google Chrome of update uw browser voor meer internetveiligheid en een beter weergave.

Zoeken

Feiten en cijfers abortussen in Nederland

Over abortus bestaan veel misverstanden. Online vinden mensen vaak gemanipuleerde, eenzijdige of onjuiste informatie. Rutgers deelt eerlijke en betrouwbare informatie over seksualiteit en gezinsplanning. En daarmee ook over onbedoelde zwangerschap en abortus. Zodat vrouwen (en mannen) zelf keuzes kunnen maken. Enkele feiten op een rij.

 

Een gevoelig onderwerp. Omdat dit ook raakt aan ethische vraagstukken en persoonlijke waarden en normen. Toch is het belangrijk om feiten van onjuistheden te scheiden.
Ineke van der Vlugt, programmamanager Anticonceptie & Abortus van Rutgers

1. Het aantal abortussen in Nederland is laag

Het aantal abortussen in Nederland daalt al jaren. Samen met Denemarken behoort Nederland tot de landen in Europa met het laagste aantal abortussen. Dat is mede te danken aan goede seksuele voorlichting, toegang tot anticonceptie en goed gebruik ervan.

De meest recente Nederlandse cijfers zijn van 2019. Toen was er echter een lichte stijging te zien: 32.233 zwangerschappen werden afgebroken, waarvan 90% onder vrouwen die in Nederland wonen (Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd, 2021). Daarmee lag het abortuscijfer in Nederland voor het eerst sinds jaren iets hoger, namelijk op 8.8. Dat wil zeggen dat 8.8 op de 1000 vrouwen tussen de 15-45 jaar een zwangerschap afbraken omdat deze ongewenst was.

In een aantal Oost Europese landen is het abortus cijfer veel hoger. In sommige landen is abortus niet toegestaan, zoals Polen en Malta.

2. Ruim de helft van de abortussen vindt plaats in eerste 8 weken

Abortus in Nederland kan tot 22 a 24 weken, maar veel mensen nemen al vroeg in de zwangerschap een besluit. Meer dan de helft (59%) van de zwangerschapsafbrekingen vindt plaats in de eerste 8 weken. Dat is tot 4 weken nadat een vrouw ongesteld had moeten worden. 84% van de abortussen wordt uitgevoerd in de eerste 12 weken. 2,7% van alle abortussen vindt plaats tussen 20 en 23 weken (IGJ, 2021).

3. Meeste zwangerschapsafbrekingen bij vrouwen tussen de 25 en 35 jaar

De meeste abortussen vinden plaats bij vrouwen tussen de 25 en 35 jaar. Dus niet bij tieners, zoals veel mensen denken. De helft van de abortuscliënten heeft al kinderen. Een derde heeft ervaring met één of meer abortussen (IGJ, 2021).

Tienerzwangerschappen nemen af

De laatste jaren zagen we een daling in het aantal abortussen onder tieners. Zij beschermen zich relatief goed en/of hebben later seks. In 2019 was er echter een hele lichte stijging te zien: onder tieners nam het aantal abortussen met 0,1% toe. Het aantal tieners dat een kind krijgt, daalt al jaren in Nederland. In 2020 werden 1.194 kinderen geboren met een moeder onder de 20 jaar. In 2010 waren dat er nog ruim 2.500.

4. Abortus is vaak een weloverwogen keuze

Vrouwen die onbedoeld zwanger raken, hebben meerdere opties: de zwangerschap afbreken of uitdragen en eventueel kiezen voor adoptie of pleegzorg. Het is de vrouw die hierin beslist, ongeacht de redenen. Vrouwen die kiezen voor abortus, hebben hier vaak goed over nagedacht. Zij hebben deze keuze dus weloverwogen gemaakt. Al dan niet met hulp van de partner, familie of vrienden of met professionele hulp. Dat wil echter niet zeggen dat de keuze makkelijk is.

5. De meeste vrouwen krijgen geen spijt van hun keuze voor abortus

Voor veel vrouwen is een abortus geen makkelijke keuze, maar de meeste vrouwen staan wel achter hun besluit. Als ze zich niet gepusht voelen door partner of ouders, krijgen ze meestal geen spijt van een abortus. Gevoelens van spijt en verdriet horen er soms bij, maar verdwijnen meestal na enkele weken. Een abortus is vaak ook een opluchting en bevrijding, omdat het een einde maakt aan de lastige en soms stressvolle situatie van het ongewenst zwanger zijn.

6. Geen psychische klachten door abortus

Er is geen verhoogd risico op psychische aandoeningen na een abortus (Van Ditzhuijzen, 2017). Als vrouwen na een abortus wel psychische klachten krijgen, heeft dit te maken met eerdere psychische aandoeningen, een instabiele relatie of een ingrijpende levensgebeurtenis voor de abortus. Onder vrouwen die een abortus hebben meegemaakt, had een groot deel al psychische problemen voordat zij ongewenst zwanger raakte.

7. Taboe op abortus

Na een abortus durft een groot deel van de jonge vrouwen hierover niet met anderen te praten. Ook durven ze geen hulp te vragen, omdat ze zich schamen of schuldig voelen.

Er is nog weinig onderzoek gedaan naar het taboe op abortus. Uit het onderzoek Seks onder je 25e (Graaf et al., 2017) zien we dat twee derde van de vrouwen onder de 25 jaar met een abortuservaring achter haar keuze staat. 59% geeft aan dat erover praten niet makkelijk is. En bijna de helft van de meisjes/jonge vrouwen tot 25 jaar met een abortuservaring schaamt zich. Hoe dit is onder vrouwen of mannen boven de 25 jaar, is nog niet onderzocht.

Positiever over abortus

De laatste 20 jaar denken Nederlanders positiever over abortus. In 2017 vond 74% van de Nederlanders dat het mogelijk moet zijn om een abortus uit te voeren, tegenover 60% in 1992 (SCP, 2017). Wel denkt een klein deel van de jongeren nu iets conservatiever over abortus dan een aantal jaar geleden (Muijs et al, 2019).

8. Ongeplande zwangerschappen komen ook voor bij gebruik van anticonceptie

Dat je zwanger kan worden als je onbeschermde seks hebt, is bekend. Maar al jaren komt uit de abortusregistratie naar voren dat twee derde van de vrouwen wel een vorm van anticonceptie heeft gebruikt en toch zwanger is geraakt ). 50% gebruikte de pil en 50% gebruikte een condoom.

Wat er mis kan gaan

Hoe dit kan? Door verkeerd gebruik (zoals vergeten te slikken, te laat gestart, condoom gescheurd of afgegleden) of de anticonceptie werkte niet goed. Dat is pech. Niet alle methoden van anticonceptie zijn voor iedereen geschikt, maar de meeste zijn veilig en betrouwbaar. Het kiezen van een methode die het beste bij je past, is heel belangrijk. Een ideale methode bestaat niet. Sommigen hebben last van bijwerkingen en stoppen daardoor met anticonceptie.

Als beide partners zich goed beschermen, verklein je het risico op een onbedoelde zwangerschap. Een zwangerschap voorkom je samen.

9. De ‘abortuspil’ kan tot 9 weken

De ‘abortuspil’ is eigenlijk niet 1 pil. Het zijn meerdere medicijnen die je op verschillende momenten inneemt. Hiermee kan een ongewenste zwangerschap tot 9 weken veilig en effectief afgebroken worden. De 9 weken tel je vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie. Na 9 weken werkt het medicijn niet meer goed en zijn er gezondheidsrisico’s.

Cijfers over gebruik ‘abortuspil’ in 2019

In 2019 koos 28% van de ongewenst zwangere vrouwen voor de abortuspil. Er zijn steeds meer vrouwen die kiezen voor de abortuspil. Anderen kiezen voor een ander soort behandeling om de zwangerschap af te breken.

Meer weten over de abortuspil?

10. De morning-afterpil voorkomt een eisprong en is dus niet hetzelfde als een abortuspil

Met het tijdig innemen van de morning-afterpil na onveilige seks kun je een zwangerschap voorkomen als je nog geen eisprong hebt gehad. Een morning-afterpil is dus geen abortuspil. De morning-afterpil slikt een vrouw het liefst binnen 24 uur na onveilige seks. Afhankelijk van het type pil kan dit tot 5 dagen na onveilige seks (bijvoorbeeld als een condoom gescheurd is of als er geen anticonceptie is gebruikt). Maar hier geldt ook: hoe eerder, hoe beter. Eén op de twintig vrouwen heeft in het afgelopen jaar minstens één keer de morning-afterpil gebruikt (Wijsen & Graaf, 2017).

Lees meer over de morning-afterpil

Meer over abortus