Zoeken

Seksuele gezondheid en rechten wereldwijd

Wat maakt investeren in seksuele gezondheid en rechten wereldwijd politiek? Wat vinden de partijen die meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen? En wat hebben ze in het verleden gestemd als het op deze thema's aankwam? Je ontdekt het hier.

Waarom is dit politiek belangrijk?

Iedereen zou het recht moeten hebben om zelf te beslissen over haar eigen lichaam en gezondheid, zonder angst of gevaar. Toch is dat voor miljoenen mensen wereldwijd niet de realiteit. In veel landen is de toegang tot anticonceptie, seksuele voorlichting en veilige zorg nog altijd beperkt, met grote gevolgen voor de gezondheid en vrijheid van vooral vrouwen en meisjes. Jaarlijks sterven nog steeds tienduizenden vrouwen aan complicaties die voorkomen hadden kunnen worden, simpelweg omdat zij geen toegang hebben tot goede seksuele en reproductieve gezondheidszorg, zoals veilige bevallingen of abortuszorg. Daarom is het van groot belang dat Nederland blijft investeren in seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, zowel in eigen land als internationaal. Toegang tot anticonceptie, relationele en seksuele voorlichting, veilige abortuszorg en het voorkomen van seksueel geweld zijn essentieel om iedereen in staat te stellen vrij en veilig beslissingen te nemen over hun eigen lichaam en toekomst. De Tweede Kamer bepaalt hoeveel hierin wordt geïnvesteerd en waar dat geld naartoe gaat. Als het aan Rutgers ligt blijft Nederland bijdragen aan een wereld waarin iedereen regie heeft over hun eigen leven en gezondheid. De overheid moet dit doen door voldoende te investeren en seksuele en reproductieve gezondheid centraal te zetten in beleid.

Wat staat er in de partijprogramma’s?

In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober maken politieke partijen nieuwe plannen. Deze delen ze in het zogenoemde partijprogramma. Ook seksuele gezondheid en rechten wereldwijd worden daarin genoemd. Hieronder vind je per partij wat daarover in het verkiezingsprogramma staat. Niet alle partijen hebben nog een definitief verkiezingsprogramma gepresenteerd, zodra deze definitief zijn updaten we onderstaande teksten.

In verschillende partijprogramma’s wordt er gesproken over het de koppeling van het budget voor ontwikkelingssamenwerking aan het bruto nationaal product (bbp). Dat houdt in dat wanneer het Nederlandse bbp groeit, het budget voor ontwikkelingssamenwerking meegroeit. De OESO-DAC, het samenwerkingsverband dat coördineert en monitort hoeveel en hoe landen bijdragen aan ontwikkelingssamenwerking, raadt aan dat landen jaarlijks minstens 0,7 procent van hun bbp uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking.

  • De PVV stopt ook met ontwikkelingshulp. Elk jaar maken we vele miljarden over naar Afrika. Ook willen we miljarden minder afdragen aan de Europese Unie. We zijn al jaren de grootste nettobetaler aan Brussel. En ze willen bij elke begroting meer en meer. Het is genoeg!
  • We investeren in het welzijn van anderen vanuit solidariteit én voor ons belang bij internationale stabiliteit. Daarom besteden we ten minste 0,7% van ons bruto nationaal inkomen aan ontwikkelingssamenwerking. Uitgaven voor klimaatfinanciering en herstel van ecosystemen komen daar volgens internationale afspraak bovenop. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking wordt losgekoppeld van fluctuaties van het budget voor asielopvang.
  • Ontwikkelingshulp, VN-bijdragen en militaire inzet moeten allemaal direct in het teken staan van onze strategische positie.
  • De VVD kiest voor realisme en het belang Nederland staat op één. We leven in een nieuwe geopolitieke realiteit waarin macht, grondstoffen en veiligheid het verschil maken. In die wereld werken we samen met landen die we nodig hebben voor onze vrijheid, veiligheid, energiezekerheid en voor het maken van migratieafspraken. Moralistische politiek is daarin ondergeschikt aan onze veiligheid. Handel en investeringen zetten we in als strategisch instrument. Samenwerking met ongemakkelijke partners is soms onvermijdelijk om Nederland veilig en vrij te houden.
  • Maatschappelijke organisaties moeten op eigen benen staan: Maatschappelijke organisaties (ngo’s) die vanuit de overheid subsidies voor ontwikkelingswerk willen ontvangen, moeten hun financiering voor een belangrijk deel eerst uit de maatschappij zelf halen.
  • Minder ontwikkelingssamenwerking, meer defensie: De VVD gaat mee met de huidige geopolitieke realiteit door te investeren in defensie en minder uit te geven aan ontwikkelingssamenwerking. We volgen hiermee het voorbeeld van meer Europese landen, zoals het VK. Wat de VVD betreft blijven we middelen vrijmaken voor noodhulp, de VN en opvang in de regio. Elke euro die Nederland in het buitenland uitgeeft, moet bijdragen aan onze eigen veiligheid, vrijheid en economische kracht. Dit geldt dus ook voor de middelen die we inzetten voor ontwikkelingssamenwerking.
  • Ontwikkelingssamenwerking wordt meer gericht op verantwoorde groei van landen; het moet bijdragen aan de duurzame ontwikkeling en meer sociaaleconomisch perspectief. We letten scherp op effectiviteit: belastinggeld moet goed worden besteed.
  • We houden vast aan de sinds 1975 gehanteerde systematiek van de Verenigde Naties om de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking te koppelen aan het bruto nationaal inkomen.
  • In de afgelopen periode is veel schade aangericht door bezuinigingen op internationale samenwerking. We laten zien hoe het wél kan en zien kans voor vernieuwing van internationale samenwerking. We zetten een significante stap naar herstel van het budget naar 0,7% van het bbp.
  • We organiseren internationale samenwerking (ontwikkelingssamenwerking) anders, zodat we langdurige investeringen en sterke impact mogelijk maken. We maken duidelijke keuzes over de gebieden waarin we investeren en met welke internationale partners we dat doen. We hebben specifiek aandacht voor de rol en rechten van vrouwen.
  • D66 zet zich in voor uitvoering van de VN-veiligheidsraadresolutie 1325 over Vrouwen, Vrede en Veiligheid. We maken ons hard voor gelijke deelname van vrouwen aan besluitvorming over veiligheid, betere bescherming tegen seksueel geweld tijdens conflicten en ondersteuning aan vrouwelijke vredes- en mensenrechtenverdedigers wereldwijd.
  • Verbetering van de positie van vrouwen en LHBTI+-personen blijft een cruciaal punt. Dit is ook van groot belang voor de toegang tot onderwijs en de bestrijding van armoede en honger. Ook blijft discriminatie tegengaan vanwege seksuele oriëntatie en genderidentiteit prioriteit.
  • We blijven ons inzetten voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Versterking van het recht op zelfbeschikking en verbetering van de positie van vrouwen en meisjes is wat D66 betreft cruciaal.
  • Wereldwijd staan de rechten van vrouwen onder druk. Een initiatiefrijk beleid is nodig om gelijke rechten voor meisjes en vrouwen te bevorderen, vooral in onderwijs en gezondheidszorg. We draaien de forse kortingen op mensenrechtenbeleid, maatschappelijke organisaties en gendergelijkheid terug.
  • BBB ziet het belang van hulp en stabiliteit, maar pleit voor een nuchtere en doelgerichte aanpak. Hulp moet bijdragen aan stabiliteit aan de randen van Europa, het tegengaan van migratiestromen en het ondersteunen van lokale initiatieven. BBB staat dus voor realisme en herprioritering van publieke middelen. BBB wil daarom de uitgaven aan ontwikkelingshulp aanzienlijk verminderen. Nederland blijft solidair, maar hulp moet gericht, tijdelijk en toetsbaar zijn. We focussen op directe noodhulp en ondersteuning in de regio’s zelf, in plaats van grootschalige overdrachten aan multilaterale instellingen zonder zichtbare resultaten. Burgers ervaren dagelijks hoe hard middelen nodig zijn voor woningbouw, zorg, veiligheid en bestaanszekerheid. BBB kiest er daarom voor het hulpprogramma te verkleinen en scherper te richten op de belangen van Nederland en concrete resultaten.
  • Lokale en kleinschalige initiatieven. De effectiviteit van ontwikkelingshulp, zeker in conflictgebieden, is zwaar teleurstellend gebleken. Zoveel hebben tientallen jaren en honderden miljarden aan hulp wel aangetoond. Die les moet gevolgen hebben. BBB wil dat Nederland zich vooral gaat richten op het bevorderen en ondersteunen van lokale en particuliere initiatieven. Kleinschalige projecten waar de menselijke maat voorop staat, hebben de grootste kans van slagen.
  • Het beschermen van mensenrechten, zoals geloofsvrijheid, vrijheid van meningsuiting en gelijke rechten voor vrouwen en LHBTIQ+’ers, moet prioriteit blijven.
  • Wij zijn voorstander van de norm van 0,7% bbp voor ontwikkelingssamenwerking, conform internationale afspraak, en zet stappen in fases naar het herstel van deze norm.
  • We zetten ons onvermoeibaar in voor de Duurzame Ontwikkelingsdoelen, de Sustainable Development Goals. Dat is niet alleen een overheidszaak, maar eist nauwe samenwerking – hier en op het zuidelijk halfrond – met ontwikkelingsorganisaties, het bedrijfsleven, de wetenschap en de financiële sector.
  • Ontwikkelingssamenwerking is een kwestie van internationale solidariteit. Daar moeten welvarende landen als Nederland hun eerlijke steentje aan bijdragen. Daarom moet Nederland minstens 0,7 procent van het BNI uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking. Ontwikkelingssamenwerking moet ten goede komen aan mensen in ontwikkelingslanden: voor democratisering en vredesopbouw, voor het ondersteunen van de werkende klasse, voor mensen- en vrouwenrechten, voor het ondersteunen van mensen met een beperking, voor onderwijs, voor zorg, voor infrastructuur en een eerlijke economie. Daarmee worden tevens de armoede en de migratie teruggedrongen. We bieden noodhulp en humanitaire hulp waar en wanneer dat nodig is. Humanitaire hulpverleners moeten worden beschermd en geweld tegen hulpverleners moet worden bestreden en aangepakt.
  • Mensenrechten staan wereldwijd onder druk. Radicaalrechtse en conservatieve groeperingen voeren een mondiale campagne tegen vrouwenrechten, seksuele rechten, de rechten van LHBTIQA+-personen, de rechten van de werkende klasse en hun vertegenwoordigers. Nederland en Europa moeten zich vol inzetten voor de emancipatie van gemarginaliseerde groepen. De geldstromen binnen de antirechtenbeweging moeten worden blootgelegd en de organisaties die hierachter zitten moeten worden bestreden. Emancipatie en het bevorderen van mensenrechten moeten centraal staan in ons beleid, ook het buitenlandbeleid.
  • De bescherming van mensenrechten moet altijd het uitgangspunt zijn in ons buitenlandbeleid en in handelsverdragen. We steunen activisten en organisaties die zich inzetten voor mensenrechten en spreken ons uit tegen uitbuiting en onderdrukking wereldwijd. De EU moet daarom toetreden tot het Europees Mensenrechtenverdrag en het Europees Sociaal Handvest, zodat sociale rechten en mensenrechten stevig worden verankerd in het Europese beleid.
  • De bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking worden teruggedraaid. Wij willen dat er meer budget komt voor humanitaire hulp en noodhulp.
  • De BNI-koppeling voor ontwikkelingshulp wordt hersteld zodat de hoeveelheid ontwikkelingshulp proportioneel blijft aan de economische groei.
  • DENK is tegen financiering van de asielopvang met het ontwikkelingshulpbudget (ODA). Deze middelen moeten beschikbaar blijven voor internationale armoedebestrijding en om de mondiale stabiliteit te beschermen.
  • De bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking worden per direct teruggedraaid. Minimaal 1% van ons bruto nationaal inkomen (bni) wordt besteed aan ontwikkelingssamenwerking. Het deel dat wordt toegewezen aan Least Developed Countries, zoals gedefinieerd door OESO, wordt verhoogd.
  • Er komt extra aandacht voor de positie van mensen in kwetsbare situaties zoals vrouwen en meisjes in patriarchale samenlevingen. Zij krijgen meer grip op hun eigen leven als ze meer perspectieven en keuzevrijheid hebben. Dat wordt gerealiseerd door beter en toegankelijker onderwijs, krachtige lokale gemeenschappen en versterking van hun rechten.
  • In het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid komen ook duidelijke doelen voor het bereiken van jongeren in kwetsbare situaties zoals LHBTIQA+-jongeren, jongeren met een beperking en etnische of religieuze minderheden. Zolang het voor hen nog niet veilig is, wordt er ook geïnvesteerd in sociale programma’s die zich richten op fysieke veiligheid en mentaal welzijn van kinderen en jongeren. Geld voor ontwikkelingssamenwerking wordt niet aangewend voor migratie- en asielbeleid in Nederland.
  • Humanitaire hulp bieden we waar nodig maar ook ontwikkelingssamenwerking dient altijd te worden beredeneerd vanuit het Nederlands belang.
  • Geld voor ontwikkelingssamenwerking wordt niet langer gebruikt voor de opvang van asielzoekers in Nederland.
  • De bescherming van het leven en de klassieke vrijheden worden prioriteiten van het buitenlandbeleid. Nederland steunt hulporganisaties die het leven beschermen. (Europese) subsidies aan organisaties die wereldwijd abortus promoten, worden beëindigd. Nederland voert geen feministisch buitenlandbeleid en verzet zich in internationale gremia tegen genderideologie.
  • Zoals decennialang gebruikelijk was, koppelt Nederland de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking weer aan de groei van de economie. De SGP wil de drastische bezuinigingen van afgelopen jaren terugdraaien en toewerken naar de besteding van 0,7% van ons nationale inkomen aan ontwikkelingssamenwerking.
  • De SGP is uiterst kritisch op het beleid ten aanzien van Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten. Er lijkt hier sprake van ideologisch kolonialisme. In ontwikkelingssamenwerking moet Nederland pal voor het leven staan en zorg voor moeder en kind bevorderen. De opmars van genderideologie in internationale gremia moet worden tegengegaan.
  • De bezuiniging op de allerarmsten wereldwijd wordt teruggedraaid. Nederland groeit weer toe naar de internationale norm om 0,7% van het bruto nationaal inkomen (bni) uit te geven aan ontwikkelingssamenwerking en handhaaft de aloude bni-koppeling. We willen een maximering van de toerekening van asielkosten aan het ODA-budget. We besteden minstens 50% van het ontwikkelingsbudget aan verbetering van de leefomstandigheden en het bestrijden van ziekten in landen met de grootste armoede en achterstanden. Dat betekent een duurzame band met die landen en hen ondersteunen bij het opzetten of vormgeven van sociale vangnetten, met speciale aandacht voor de meest gemarginaliseerde groepen, zoals vervolgde christenen of mensen met een beperking.
  • We zetten in op de verbetering van de eerstelijnsgezondheidszorg, in het bijzonder voor vrouwen, jongeren en kinderen. We stoppen met ontwikkelingsprogramma’s die abortus bevorderen. We geven voorlichting over en preventie van ongewenste zwangerschappen en seksueel overdraagbare aandoeningen. We ondersteunen goede, toegankelijke moeder- en kindzorg. Samen met Nederlandse bedrijven exporteren we kennis en aanpakken voor voedselzekerheid.
  • Het EU- en Nederlands ontwikkelingsbudget wordt omgezet in een financieringsmodel gebaseerd gelijkwaardige samenwerking. Landen die aantoonbaar stappen vooruit zetten in hun democratie (bijvoorbeeld op het gebied van rechtsstaat, vrijheid van meningsuiting en persvrijheid) zullen hiervan profiteren. Volt zet lokale experts, ngo’s, banken, investeringsfondsen en bedrijven centraal in buitenlandse betrekkingen. Zo creëren we samenwerking op een gelijkwaardige manier, in plaats van vanuit eenzijdige afhankelijkheid. Extra nadruk wordt gelegd op het financieren van projecten in lokale valuta. Dit in tegenstelling tot de huidige praktijk waarbij financieringen door ontwikkelingsbanken meestal in harde valuta zoals de euro of de dollar worden verschaft, waardoor schulden in geval van een ontwaarding van de lokale valuta onbetaalbaar worden.
  • Nederland steunt actief het maatschappelijk middenveld in landen buiten de EU. Om dit te doen vergroten we de capaciteit op ambassades zodat vanuit daar mensen in het veld beter ondersteund kunnen worden.
  • De EU moet Afrika als een gelijkwaardige partner behandelen. Samenwerking moet gericht zijn op door Afrikaanse landen zelf gekozen ontwikkeling, met respect voor hun soevereiniteit en welvaart. De EU helpt daarbij met leningen en investeringen via internationale en lokale ontwikkelingsbanken. Deze investeringen richten zich op het voorkomen van klimaatschade, het bestrijden van armoede en het versterken van democratie in de regio. Het geld gaat alleen naar projecten die financieel rendabel zijn en door de landen zelf worden uitgevoerd. Goede ambassades ter plekke zijn hiervoor belangrijk.
  • Als herkomstlanden na aankondiging weigeren hun onderdanen terug te nemen, moet Nederland een diplomatieke escalatieladder hanteren waarbinnen voorgesorteerd wordt op onder meer het weigeren van visa, het intrekken van landingsrechten, opschorten van uitkerings- en handelsverdragen en het algeheel stoppen van ontwikkelingshulp.
  • Er vloeien miljarden naar ontwikkelingshulp, waarbij het bijvoorbeeld niet uitmaakt dat een land als Pakistan een peperduur kernarsenaal verkiest boven haar eigen onderwijsbegroting, die Nederland en de EU op hun beurt met miljoenen euro’s ondersteunen. Nederland is toe aan realistisch buitenlandbeleid. JA21 wil dat de voor ons zo cruciale handel en samenhangende veiligheid topprioriteit krijgen. De dominee moet plaatsmaken voor de koopman.
  • JA21 pleit voor de beperking van ontwikkelingsgeld tot met name onpartijdige humanitaire hulp, zoals in Soedan en Gaza, en het realiseren van opvang in de regio. Ontwikkelingslanden zijn meer gebaat bij verweven handelsbanden dan bij de financiële injecties van de laatste decennia.

Hoe hebben partijen gestemd?

De Tweede Kamer stemt wekelijks over veel verschillende moties. Wij hebben hieronder enkele moties uitgelicht die over dit thema gaan. De moties laten zien hoe partijen in de afgelopen Tweede Kamerperiode gestemd hebben en of de desbetreffende motie is aangenomen.

Bekijk de andere verkiezingsthema's

Uw browser (Internet Explorer 11) is verouderd en wordt niet meer ondersteund. Hierdoor werkt deze website mogelijk niet juist. Installeer Google Chrome of update uw browser voor meer internetveiligheid en een beter weergave.