Zoeken

Educatie en opvoeding

Wat maakt relationele en seksuele educatie en opvoeding politiek? Wat vinden de partijen die meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen? En wat hebben ze de afgelopen jaren gestemd als het op dit thema aankomt? Je ontdekt het hier.

Wat maakt relationele en seksuele educatie politiek?

Ouders en verzorgers hebben als primaire opvoeders een belangrijke rol bij de opvoeding van kinderen en jongeren. Ook leraren hebben een belangrijke rol, zij geven kinderen en jongeren belangrijke kennis, sociale- en communicatieve vaardigheden mee. De overheid bepaalt welke onderwerpen op school besproken moeten worden en gaat over het geld dat beschikbaar is voor scholen om bijvoorbeeld betere relationele en seksuele voorlichting te geven. Jouw stem bij verkiezingen bepaalt mede welke richting dit beleid opgaat, en dus hoe goed de voorlichting is die we op school krijgen. Wat Rutgers betreft is het essentieel dat de overheid ouders en scholen blijft ondersteunen in hun belangrijke taak, bijvoorbeeld door nieuwe kerndoelen door te voeren. Ook speelt de overheid een belangrijke rol in het verstrekken van juiste informatie en het tegengaan van desinformatiecampagnes rondom relationele en seksuele voorlichting.

Wat staat er in de partijprogramma’s?

In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober maken politieke partijen nieuwe plannen. Deze delen ze in het zogenoemde partijprogramma. Ook relationele en seksuele voorlichting en opvoeding worden daarin genoemd. Hieronder vind je per partij wat daarover in het verkiezingsprogramma staat. Soms staat er ook feitelijk onjuiste informatie in de partijprogramma’s, dat hebben we aangegeven achter het standpunt van de partij. Niet alle partijen hebben nog een definitief verkiezingsprogramma gepresenteerd, zodra deze definitief zijn updaten we onderstaande teksten.

  • Geen onderwijs over gender, klimaat of andere linkse indoctrinatie, maar terug naar de basisvaardigheden: rekenen, taal, geschiedenis.
  • De Week van de Lentekriebels – symbool van seksuele woke-indoctrinatie – schaffen we af in het basisonderwijs.
  • Leren over de digitale wereld. Mediawijsheid en digitale geletterdheid worden een vast onderdeel van het onderwijscurriculum.
  • Er komt een verbod op lesmaterialen die leerlingen aanzetten tot haat, geweld of discriminatie. De inspectie krijgt de wettelijke verplichting om hierop te controleren. De acceptatie van LHBTIQ+’ers op scholen stimuleren we door initiatieven te ondersteunen.
  • We staan pal voor bescherming van onze verworvenheden van de afgelopen decennia. Het zelfbeschikkingsrecht van ieder individu om zelf te bepalen wat hij met z’n leven en lichaam doet is één van onze ankerpunten. Goede voorlichting en opvoeding door ouders en op school is cruciaal om deze waarden te beschermen. Waar mogelijk willen we de eigen regie verder vergroten, om het evenwicht tussen de persoonlijke rechten in onze vrije samenleving verder te verstevigen.
  • We erkennen de vrijheid van ouders en scholen om een eigen levensbeschouwelijke grondslag te kiezen als basis voor de opvoeding en vorming van kinderen. Hierbij moet worden voldaan aan het reguliere curriculum en aan de wet. De Onderwijsinspectie moet hierop kunnen toezien. We hechten aan artikel 23 van de Grondwet, maar de vrijheid van onderwijs mag niet worden misbruikt.
  • D66 versterkt digitale vaardigheden via voorlichting en onderwijs, zodat mensen nepnieuws kunnen herkennen.
  • D66 wil soa’s terugdringen met gratis testen, betere seksuele voorlichting en laagdrempelige toegang tot condooms en PrEP, een pil die hiv voorkomt.
  • We investeren in voorlichting over desinformatie, zodat mensen in staat zijn om desinformatie te herkennen en kritisch te bekijken. Als mensen eenmaal geloven in onwaarheden of complottheorieën blijkt dat in de praktijk moeilijk te ontkrachten. Daarom zetten we in op prebunken: het proactief weerleggen of anticiperen op mogelijke desinformatie, beschuldigingen of (tegen)argumenten van misleidende bronnen voordat deze daadwerkelijk worden geuit.
  • Kostbare onderwijstijd gaat verloren aan verplichte* programma’s zoals de Week van de Lentekriebels, overmatig burgerschapsonderwijs of ideologische thema’s die weinig bijdragen aan de ontwikkeling van basisvaardigheden. BBB wil dat scholen zich weer richten op wat écht telt: lezen, schrijven, rekenen en andere essentiële kennis.
  • BBB staat pal voor de vrijheid van ieder mens, maar kiest voor gerichte actie in plaats van symbolen. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. BBB maakt zich zorgen over de doorgeschoten symboolpolitiek rond LHBTIQ+-beleid. Terwijl op veel plekken de regenboogvlag wappert en basisscholen al spreken over genderdysforie, daalt op sommige plekken juist de acceptatie van homoseksualiteit.

*De Week van de Lentekriebels is niet verplicht, scholen kiezen zelf of ze wel of niet meedoen aan deze projectweek. Dit staat onjuist in het partijprogramma van de BBB. Wij hebben de BBB hierover geïnformeerd, maar zij hebben deze feitelijke onjuistheid helaas niet aangepast.

Het CDA heeft geen punten opgenomen in het verkiezingsprogramma over relationele en seksuele educatie en opvoeding.

  • Op scholen is aandacht en ruimte voor seksuele voorlichting, met aandacht voor respect voor elkaar, het aangeven en herkennen van grenzen, voorbehoedsmiddelen, zwangerschap en veilig online gedrag.
  • Op elke school wordt aandacht besteed aan non-discriminatie en diversiteit. Scholen hebben binnen de wettelijke verplichtingen de vrijheid om dit zelf in te richten, rekening houdend met de wensen van de ouders. Bij onderwijs over seksuele vorming wordt er meer rekening gehouden met de diversiteit aan opvattingen en overtuigingen in de samenleving. Dit betekent dat ouders die niet willen dat hun kind blootgesteld wordt aan geseksualiseerd materiaal en dit nadrukkelijk zelf met hun kind wil bespreken, hiertoe de mogelijkheid krijgen en ook beter worden betrokken bij de besluitvorming.
  • We stimuleren de aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen en interventies gericht op het welzijn van leerlingen.
  • Seksuele voorlichting op scholen wordt verbeterd, en uitgebreid met onderwijs over liefde en relaties. Hierbij worden taboes doorbroken (bijvoorbeeld rond menstruatie), en er is aandacht voor seksualiteit in het digitale tijdperk, diverse relatievormen en het aangeven van wensen en grenzen.
  • Scholen geven voorlichting over sekse-, gender- en seksuele diversiteit. Vaardigheden om LHBTIQA+- acceptatie te bevorderen worden onderdeel van docentenopleidingen. Initiatieven die het onderwijs LHBTIQA+-vriendelijker maken worden gesteund. Als scholen hierin tekortschieten, treedt de Onderwijsinspectie op.
  • De vrijheid van onderwijs mag niet misbruikt worden om te discrimineren. Intentieverklaringen die homoseksualiteit en genderdiversiteit afwijzen zijn onacceptabel. Artikel 23 van de Grondwet wordt daarom aangepast.
  • Daarnaast staat keuzevrijheid centraal. Artikel 23 van de Grondwet moet behouden blijven, zodat bijzonder onderwijs de eigen identiteit kan bewaken en eigen aannamebeleid mag voeren. Scholen krijgen de vrijheid om extra vakken aan te bieden en differentiatie naar niveau blijft bestaan.
  • Stoppen met seksuele indoctrinatie. We geven geen subsidies aan organisaties die seksualiteit opdringen aan kinderen, zoals Rutgers en verbieden deelname van kinderen aan ‘pride parades’ en ‘dragqueenshows’, zodat scholen weer veilig en neutraal zijn.
  • Het uit de VS overgewaaide woke-activisme rukt op in Nederland en beïnvloedt steeds meer facetten van ons publieke leven. Waar tradities, geschiedenis en cultuur juist moeten verbinden, worden zij door woke-activisme aangevallen en in twijfel getrokken. Scholen en jeugdtv-programma’s dragen ideologische boodschappen uit die kinderen verwarren en ouders verontrusten. Vooral transgender-ideologie wordt gepusht: jongeren worden aangemoedigd te twijfelen aan hun geslacht, met als gevolg dat zelfs kinderen op jonge leeftijd al hormoonremmers of onomkeerbare operaties ondergaan. Forum voor Democratie ziet dit als een gevaarlijke ontwikkeling die onschuldige en kwetsbare kinderen schade berokkent.
  • Er moet een eerlijk speelveld zijn voor lesaanbieders op het gebied van seksualiteit en relaties. De instellingssubsidie aan Rutgers wordt onder de loep genomen. Seksuele voorlichting moet duidelijk maken dat het gezond is om levenslang trouw te zijn aan één partner.
  • Subsidie moet beschikbaar zijn voor alle erkende lesmethoden over seksualiteit en relaties, zonder verplichte scholing en begeleiding van Rutgers* of de GGD.

* Onze lespakketten worden niet gesubsidieerd door de overheid. Rutgers geeft geen begeleiding aan scholen. De begeleiding die de GGD aanbiedt is vrijblijvend. Wij hebben de SGP hierover geïnformeerd, maar zij hebben deze feitelijke onjuistheid helaas niet aangepast. 

  • Het is niet de taak van de overheid om te bepalen hoe kinderen worden opgevoed. Die verantwoordelijkheid ligt bij de ouders. Zij kennen hun kinderen het best en dragen zorg voor hun ontwikkeling. De opvoeding is primair de plek voor het overdragen van diepere waarden en zingeving. Pedagogische relaties in het gezin en rondom het gezin moeten beschermd worden zodat ze deze taak kunnen volbrengen. Ouders en andere opvoeders hebben ruimte en vrijheid nodig om hun kinderen op te voeden volgens hun eigen normen, waarden en (geloofs)overtuiging. Juist ook in de keuze voor onderwijs. Onderwijsvrijheid is een fundamenteel recht dat bescherming nodig heeft. Het is wel de taak van de overheid om opvoeders te steunen en te faciliteren én om keuzes te maken die niet alleen de korte termijn dienen, maar ook de volgende generaties. Daar zet de ChristenUnie zich voor in.
  • Onderwijs is meer dan het overdragen van kennis. Het vormt kinderen en jongeren tot wie ze zijn, hoe ze in het leven staan en hoe ze bijdragen aan de maatschappij. De verantwoordelijkheid voor die vorming ligt in de eerste plaats bij de ouders. Ouders hebben het recht hun kinderen qua normen, waarden en (geloofs)overtuiging op te voeden zoals zij dat willen. Dat recht werkt door in het onderwijs. Het grondwettelijke recht op onderwijsvrijheid maakt het mogelijk dat verschillende levensbeschouwelijke en pedagogische visies naast elkaar bestaan en versterkt de diversiteit en keuzevrijheid in het onderwijs. Het biedt een sterke garantie voor vormend onderwijs en betrokkenheid van ouders.
  • Goed onderwijs vormt voor iedereen de basis om zijn of haar weg te vinden in de wereld. Dat begint bij een stevig fundament: lezen, schrijven en rekenen vormen samen met burgerschap en digitale geletterdheid de basis waarop kinderen zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige en betrokken volwassenen. Deze vaardigheden zijn essentieel om volwaardig mee te kunnen doen in een steeds veranderende samenleving. . Maar tegelijkertijd: scholen zijn geen leerfabrieken. Onderwijs is meer dan leren lezen en schrijven. Onderwijs helpt leerlingen vormen als persoon, hun talenten ontwikkelen en hun plek in de samenleving te vinden.
  • Volt vindt dat er op school meer aandacht zou moeten zijn voor media, inclusieve geschiedenis (zoals over het koloniale verleden) en over racisme en discriminatie. Bovendien pleiten wij ervoor dat de Inspectie van het Onderwijs er strenger op toeziet dat alle basisscholen en middelbare scholen onderwijs geven over seksuele- en genderdiversiteit. Scholen geven daarnaast inclusieve seksuele vorming en kinderen leren om respectvol om te gaan met, nu nog, gemarginaliseerde groepen.
  • We houden op met het financieren van religieus onderwijs. Voor een open samenleving is het nodig
    dat kinderen uit alle geloofsovertuigingen elkaar al op school kunnen leren kennen. Door te stoppen
    met het bekostigen van scholen die één of meerdere geloofsovertuigingen uitdragen, zullen
    kinderen met verschillende wereldbeschouwingen elkaar eerder ontmoeten en van elkaar leren.
    Voor het realiseren van dit voorstel is aanpassing van artikel 23 van de Grondwet nodig.
  • In het onderwijs moeten de Nederlandse normen en waarden zoals de gelijkwaardigheid van man en vrouw en gelijkgeslachtelijke relaties, het je houden aan de wet, rekening houden met de ander, de vrijheid van meningsuiting en religie, de democratische rechtstaat centraal staan. Deze moeten worden onderwezen, maar vooral ook in het onderwijsprogramma zijn geïncorporeerd en door de schoolleiding en de docent worden gedoceerd. Het onderwijs moet jonge mensen vormen tot weerbare burgers die stevig in hun schoenen staan. Tegelijkertijd moet de school niet een ideologisch opvoedingsinstituut zijn met verplichte indoctrinatie over seksualiteit, religie en normen en waarden. Woke moralisme en verplicht moskeebezoek is aan JA21 niet besteed.

Hoe hebben partijen gestemd?

De Tweede Kamer stemt wekelijks over veel verschillende moties. Wij hebben hieronder een motie uitgelicht die over dit thema gaat. De motie laat zien hoe de partijen in de afgelopen periode gestemd hebben. De motie laat zien hoe partijen in de afgelopen Tweede Kamerperiode gestemd hebben en of de desbetreffende motie is aangenomen.

Uw browser (Internet Explorer 11) is verouderd en wordt niet meer ondersteund. Hierdoor werkt deze website mogelijk niet juist. Installeer Google Chrome of update uw browser voor meer internetveiligheid en een beter weergave.