Zoeken
Onderzoek

Lhbti+ inclusie in de ggz: van goede wil naar goede zorg (2026)

Een onderzoek naar de stand van zaken van lhbti+ sensitieve zorg in de ggz in Nederland

Dit rapport onderzoekt hoe het staat met lhbti+ sensitieve zorg in de Nederlandse ggz. De resultaten laten een gemengd beeld zien. Ggz-medewerkers hebben positieve attitudes, maar er is een kloof tussen goede intenties en daadwerkelijke zorg. Er zijn grotere kennislacunes bij minder bekende onderwerpen en er is niet altijd een proactieve houding.

Tussen 2019 en 2024 vulden 2173 medewerkers van vier ggz-instellingen een vragenlijst in over hun kennis, houding en vaardigheden rondom seksuele en genderdiversiteit.

Een gemend beeld

De resultaten laten een gemengd beeld zien. Bijna alle medewerkers (96%) voelen zich op hun gemak bij homo- en biseksuele personen en hebben positieve attitudes. Toch is er een belangrijke kloof tussen deze goede intenties en de daadwerkelijke zorg. Het sociale klimaat is overwegend positief: 62% van lhb (lesbisch, homo of biseksueel) -medewerkers voelt zich comfortabel om open te zijn over hun seksuele oriëntatie. Toch ervaart 13%-24% negatieve incidenten zoals discriminerende opmerkingen of buitensluiting.

Kennislacunes groter bij minder bekende onderwerpen

De eerste belangrijke bevinding is dat kennislacunes groter worden bij minder bekende onderwerpen. Terwijl 88% aangeeft voldoende kennis te hebben over homo- en biseksualiteit, daalt dit naar 58% voor genderidentiteit en slechts 30% voor intersekse. Veel medewerkers (40%-67%) weten bovendien niet waar zij cliënten intern of extern naartoe kunnen verwijzen voor gespecialiseerde hulp.

Onzichtbare vooroordelen

Ten tweede blijven onzichtbare vooroordelen bestaan ondanks de positieve expliciete attitudes. Hoewel medewerkers expliciete discriminatie afwijzen, wijst internationaal onderzoek uit dat impliciete vooroordelen zich kunnen uiten in microagressies en heteronormatieve aannames. Een derde van de respondenten (36%) geeft aan dat collega’s standaard uitgaan van
heteroseksualiteit bij cliënten.

Geen proactieve houding

Tot slot worden thema’s niet altijd proactief besproken. Bij individuele gesprekken gaat slechts 20% altijd in gesprek bij vermoedens dat een cliënt lesbisch, homo of bi is. Bij seksuele oriëntatie en genderdiversiteit in groepstherapie wordt dit door 32%-44% nooit besproken. Medewerkers geven aan dit “niet nodig” te vinden als het “geen probleem is” of willen het onderwerp niet “bijzonder” maken.

Aanbevelingen

Het rapport beveelt aan om training te richten op genderdiversiteit en intersekse, duidelijke doorverwijsstructuren te creëren, en diversiteit proactief bespreekbaar te maken in plaats van af te wachten. Cruciaal is dat interventies zich niet alleen richten op kennis, maar ook op het bewust maken van impliciete vooroordelen en het ontwikkelen van praktische vaardigheden. De conclusie is helder: positieve attitudes zijn een goede basis, maar onvoldoende voor werkelijk inclusieve zorg. De stap van “goede wil naar goede zorg” vraagt om structurele aandacht voor kennis, vaardigheden én onbewuste vooroordelen.

Download het rapport

Publicatiedatum

Juni 2026

Auteurs

Anne Oldenhof, Renske van Lonkhuijzen-Martinovic en Tomas Derckx

Vragen over dit onderzoek?

Neem contact op met onze onderzoekers:

Hanneke de Graaf - Programmamanager Kennisontwikkeling en Onderzoeker - foto © Merijn Soeters - www.merijnsoeters.com
Hanneke de Graaf

De seksuele levensloop van geboorte tot overlijden is mijn specialisatie. Ik houd me bezig met literatuuronderzoek en grootschalige bevolkingsstudies. Ook ben ik projectleider van ‘Seks onder je 25e’ en ‘Seksuele gezondheid in Nederland’.

Over de auteur
Onderzoeken

Gerelateerd

Bekijk ook onze andere onderzoeken.

Uw browser (Internet Explorer 11) is verouderd en wordt niet meer ondersteund. Hierdoor werkt deze website mogelijk niet juist. Installeer Google Chrome of update uw browser voor meer internetveiligheid en een beter weergave.