Gezinnetje

Seksuele Gezondheid van LHBT’s

Hoe staat het met de seksuele gezondheid van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders? Op basis van data uit de monitor Seksuele Gezondheid in Nederland zoomden we nader in op deze groepen.

Uit de monitor Seksuele Gezondheid in Nederland 2012 weten we dat LHBT's in vergelijking met de algehele bevolking vaker problemen hebben op het gebied van seksuele gezondheid. In 2013 deed Rutgers een uitgebreide survey naar de seksuele gezondheid van de LHBT's: 'Een wereld van verschil'. Hiermee is een uniek beeld verkregen van het seksuele gedrag van LHBT's, het risico op soa en hiv, de tevredenheid met het seksleven, de mate waarin waarin seksuele problemen en seksueel geweld voorkomen en de factoren die hiermee samenhangen. Het onderzoek laat zien dat er veel verschillen zijn tussen de verschillende groepen; zowel in seksuele gezondheid als in seksuele oriëntatie en genderidentiteit. 

omslag LHB rapport 2017Seksuele gezondheid van lesbische, homoseksuele en biseksuele personen anno 2017

In november 2019 verscheen het onderzoek van Rutgers naar de seksuele gezondheid van mannen en vrouwen die zich aangetrokken voelen tot en/of seks hebben met iemand van hetzelfde geslacht. Hiervoor is nader gekeken naar de data van LHB's uit de monitor Seksuele Gezondheid in Nederland 2017. Binnen de groep biseksuelen is onderscheid gemaakt tussen mensen die evenveel of vooral op seksegenoten vallen (samengenomen), en mensen die vooral op het andere geslacht vallen. Nog niet eerder is zo gedetailleerd naar LHB’s gekeken. Dit blijkt zinvol; met name in de groep biseksuele vrouwen vallen dan verschillen op. 

Seksueel geweld

Biseksuele vrouwen blijken in vergelijking tot hetero-personen, lesbische vrouwen, homoseksuele en biseksuele mannen verreweg de meeste ervaring te hebben met seksueel geweld. Ruim de helft van de biseksuele vrouwen die evenveel of vooral op vrouwen vallen, heeft dit meegemaakt. Dat geldt voor een derde van de biseksuele vrouwen die vooral op mannen vallen. Ter vergelijking: van de heteroseksuele vrouwen maakte 21% ooit seksueel geweld mee, en van de lesbische vrouwen 27%. De eerste ervaringen met seksueel geweld hebben biseksuele vrouwen vaak tussen de 10 en 14 jaar. Onder mannen zien we de meeste ervaringen met seksueel geweld bij mannen die seks hebben met mannen (MSM). Dit zijn homoseksuele, maar ook biseksuele mannen. Een kwart van hen heeft seksueel geweld meegemaakt. Van de heteroseksuele mannen heeft 5% ervaring met seksueel geweld. Meestal hebben homoseksuele en biseksuele mannen seksueel geweld ervaren tussen hun 15e en 19e jaar, vaak rond  hun coming out, en buiten de context van een vaste relatie. 

Het onderzoek laat ook zien dat mannen die seks hebben met mannen en biseksuele vrouwen seksueel actiever zijn dan hetero-personen. Ze hebben vaker seks en meer (losse) sekspartners dan hetero’s. Ook gebruiken ze vaker alcohol of verdovende middelen bij seks en doen ze meer aan sexting en online dating. Deze factoren vergroten mogelijk ook de kans om een sekspartner tegen te komen die over je grenzen gaat. 

Om meer te weten te komen over de factoren die een rol spelen bij de seksueel geweldservaringen en hoe je kunt zorgen dat seksuele contacten plezierig blijven, moeten we meer weten over de ervaringen van LHB personen. Jongeren kunnen hiervan leren. Ook is het van belang om te kijken hoe er innen de LHB-groepen met elkaar wordt omgegaan en welke sociale normen en gewoontes er gelden over wat oké is. Hier kunnen we vervolgens het gesprek over aangaan.

tabel SG_LHB_personen_2017

In de tabel hierboven staan de prevalentiecijfers seksueel geweld voor alle groepen die onderscheiden zijn, en de totale percentages ervaring met seksueel geweld onder mannen en vrouwen.

Meten van seksuele oriëntatie en genderidentiteit in bevolkingsstudies

Het blijkt dus belangrijk te zijn om onderscheid te maken tussen verschillende groepen LHB-personen, als het gaat om gezondheid. In de Alliantie Gezondheidszorg op Maat, waar Rutgers deel van uitmaakt, attenderen we zorgprofessionals op het belang van aandacht voor de diversiteit in sekse, gender en seksuele oriëntatie, voor het welzijn en een optimale behandeling van de individuele patiënt of cliënt. Ook met zorgprofessionals is daarom de dialoog en samenwerking op deze thema’s van groot belang. 

In Nederlandse bevolkingsstudies, zowel landelijk als regionaal, wordt op verschillende manieren naar seksuele oriëntatie en genderidentiteit gevraagd. Soms worden hier dan schattingen aan ontleend van het aantal lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgender personen(LHBT). Deze kunnen uiteenlopen naar gelang de wijze van vraagstelling. Deze whitepaper geeft inzicht in de verschillende manieren waarop seksuele oriëntatie en genderidentiteit worden gemeten en geeft daarnaast een overzicht van de uiteenlopende schattingen. 

Lees ook